Rugklachten
Veel mensen maken in hun leven een of meerdere periodes door met beperkingen ten gevolge van, in ernst en aard variërende, rugklachten.
Rugklachten kunnen in drie groepen worden ingedeeld. Bij aspecifieke klachten zijn naast de rugpijn geen andere andere ziekteverschijnselen aanwezig. Bij de tweede groep straalt de pijn uit in het verloop van een beknelde zenuw ('hernia'). Afhankelijk van de ernst van de klachten kunnen zich daarbij complicaties voordoen zoals gevoelsstoornissen. Bij de laatste groep met specifieke rugklachten zijn ook algemene ziekteverschijnselen aanwezig zoals een infectie.
In de praktijk wordt vaak onderscheid gemaakt tussen acute(klachten minder dan 6 weken geleden begonnen), subacute(klachten minder dan 12 weken aanwezig) en chronische rugpijn (klachten bestaan minimaal 12 weken). Rugpijn herstelt zich vaak spontaan, ook zonder behandeling. In de regel is in 80-90% van de gevallen herstel te verwachten binnen 6 weken. Aandacht voor frequent terugkerende rugklachten is van belang omdat dit een risicofactor is voor de duur van het verzuim.
Bij een overgrote meerderheid van de rugklachten is het onmogelijk de exacte oorzaak vast te stellen. Zowel bij aspecifieke rugklachten als lichte vormen van hernia heeft het bevorderen van lichaamsbeweging een positief effect op de klachten. Na een korte rustperiode kan zonder risico het werk geheel of gedeeltelijk weer worden hervat.
Zie ook: