Toetsing van het reïntegratieverslag
Welke criteria hanteert het UWV?
Voor een aanvraag WAO-uitkering aan het einde van het eerste ziektejaar, dient door de werknemer een reïntegratieverslag te worden overlegd. Dit verslag vormt voor het UWV de basis voor de beoordeling van de reïntegratie-inspanningen van werkgever en werknemer.
Het UWV beoordeelt het reïntegratieresultaat in relatie tot de oorzaak van het verzuim alsmede de ondernomen stappen. Hierbij is het gevolgde proces nadrukkelijk ondergeschikt aan het resultaat. Er is dan immers voldaan aan de wettelijke eis dat werkgever en werknemer "in redelijkheid konden komen tot de reïntegratie-inspanningen die zijn verricht".
Uit het reïntegratieverslag dient te blijken dat er sprake is van werkhervatting die in verhouding staat tot de belastbaarheid van de betreffende werknemer. Indien dit ook past in het lange termijnperspectief (het einddoel) zoals dat in het Plan van Aanpak is beschreven, wordt dit als een bevredigend resultaat aangemerkt. In dat geval vindt er geen verdere inhoudelijke beoordeling plaats van het reïntegratieverslag en wordt de werknemer opgeroepen door het UWV voor een WAO keuring.
Een 'bevredigend resultaat' van het reïntegratieproces wordt in de praktijk als volgt geformuleerd:
- Indien er sprake is van minimaal 75% werkhervatting van het aantal uren dat in de oude functie werd gewerkt, is dit een bevredigend resultaat.
- Indien er sprake is van minimaal 50% werkhervatting van het aantal uren dat in de oude functie werd gewerkt en indien dit overeenkomt met de verwachtingen die zijn vastgelegd in het Plan van Aanpak, is er eveneens sprake van een bevredigend resultaat.
Indien er sprake is van minder dan 50% werkhervatting van het aantal contracturen, dan vindt een inhoudelijke beoordeling plaats van het reïntegratieverslag.
Bij twijfel over het reïntegratieresultaat worden vervolgens de verrichte activiteiten nader beoordeeld.
Aangetoond zal moeten worden waarom er, ondanks de ziekte, toch niet wordt gewerkt. De bewijslast ligt hierbij nadrukkelijk niet bij het UWV, maar bij werkgever, werknemer en arbodienst.
In haar beoordeling gaat het UWV verder uit van de door de beroepsgroep van bedrijfsartsen (nvab.nl) opgestelde en geaccepteerde richtlijnen: 'Lage rugklachten', 'Psychische klachten', 'Oogonderzoek bij beeldschermwerk' en 'Indicatiestelling sociale werkvoorziening'. De richtlijnen van STECR ('Arbeidsconflicten') en de leidraad 'verzuim bij psychische klachten' van de Commissie Psychische Arbeidsongeschiktheid zijn richtinggevend.
De mate van sanctionering door het UWV is afhankelijk van de geconstateerde tekortkomingen. In de praktijk omvat de minimale sanctie voor de werkgever 4 maanden loondoorbetaling tot maximaal 12 maanden loondoorbetaling bij ernstige tekortkomingen. Een werknemer kan (beperkt) gekort worden op de hoogte van de WAO uitkering.