Het deskundigenoordeel (2nd opinion) door het UWV
Met de privatisering van de ziektewet is de werkgever verantwoordelijk geworden voor de loondoorbetaling tijdens ziekte gedurende het eerste ziektejaar. In 2004 wordt deze wettelijke verplichting uitgebreid tot maximaal 2 jaar salarisdoorbetaling. De werkgever heeft alleen verplichting tot loondoorbetaling indien er sprake is van ziekte of gebrek. Door de bedrijfsarts wordt vastgesteld of de werknemer geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is (op basis van de aanwezige beperkingen) en of er inderdaad sprake is van recht op loondoorbetaling (WULBZ). Na de beoordeling volgt een advies richting werkgever. Indien de werknemer geen medische beperkingen (meer) heeft en desondanks het werk niet hervat na een werkhervattingsadvies van de bedrijfsarts, kan de werkgever de loondoorbetaling opschorten. Is de werknemer het daarmee oneens, dan kan hij in een civiele procedure bij de kantonrechter een loonvordering instellen. Echter de gang naar de rechter vereist een deskundigenoordeel (of ‘2nd opinion’ genoemd). Dit wordt vaak uitgevoerd door de verzekeringsarts van het UWV, een wettelijke verplichting is dit echter niet. Ook andere (onafhankelijke) deskundigen kunnen in principe een deskundigenoordeel uitvoeren.
Het oordeel van de arbodienst dient als een ‘first opinion’ beschouwd te worden. In principe is een uitspraak van in ieder geval de arbodienst nodig om een 2nd opinion aan te vragen.
Status van een deskundigenoordeel
Een deskundigenoordeel is een momentopname, evenals een beoordeling door een bedrijfsarts. Een eventuele latere beoordeling, bijvoorbeeld in het kader van een WAO aanvraag, kan tot een andere conclusie leiden.
Met betrekking tot de juridische status kan worden vastgesteld dat een deskundigenoordeel op zich geen rechtsgevolgen heeft. Daarom is er ook geen mogelijkheid om tegen het deskundigenoordeel in bezwaar of beroep te gaan. De uitspraak van het UWV ingeval van een aangevraagd deskundigenoordeel is voor de werkgever niet bindend maar moet beschouwd worden als een zwaarwegend advies. Het UWV kan niet afdwingen dat het oordeel wordt nageleefd. Voldoende en geschikte reïntegratie-inspanningen van werkgever en werknemer kunnen worden afgedwongen via de civiele rechter, waarbij het deskundigenoordeel kan worden ingebracht als ondersteuning van de eis.
Het door het UWV uitgebrachte deskundigenoordeel en het effect hiervan op de reïntegratie-inspanningen worden wel betrokken bij de beoordeling van het reïntegratieverslag voor een WAO-aanvraag.
Een eventuele volgende aanvraag voor een deskundigenoordeel wordt alleen in behandeling genomen als het gaat om een ander soort deskundigenoordeel of over nieuwe feiten en omstandigheden.
Er kan een deskundigenoordeel gevraagd worden over:
- De vraag of de arbeidsongeschiktheid voortvloeit uit ziekte of gebrek zoals in de wet is aangegeven en derhalve recht bestaat op loondoorbetaling.
- De passendheid van de aangeboden werkzaamheden door de werkgever.
- De vraag of de werkgever en/of de arbodienst voldoende en geschikte reïntegratie-inspanningen verricht.
Bij het deskundigenoordeel over ‘passende werkzaamheden’ zijn twee situaties te onderscheiden:
- De werkgever biedt een functie aan die de werknemer niet als passend beschouwd.
- De werkgever biedt geen passend werk aan, terwijl de werknemer daar wel mogelijkheden voor ziet.