Arboconvenanten
Om op het gebied van arbeidsomstandigheden extra aandacht en activiteiten te stimuleren kennen sommige bedrijfstakken al jaren arboconvenanten. Oorspronkelijk waren arboconvenanten branche-overeenkomsten tussen bijvoorbeeld werkgevers en vakbonden of tussen werkgevers en de overheid of tussen werkgevers, vakbonden en de overheid. Eind 1998 is in samenwerking met de Stichting van de Arbeid een accoord tot stand gekomen waarin het begrip arboconvenanten een nieuwe betekenis heeft gekregen.
Arboconvenanten nieuwe stijl zijn tot nu toe afgesloten voor 33 branches (bekijk het overzicht). Door daling van het ziekteverzuim wordt een besparing nagestreefd van ca. 312 miljoen euro per jaar.
Arboconvenanten nieuwe stijl kenmerken zich door:
- Afspraken ter verbetering van de arbeidsomstandigheden binnen een bepaalde bedrijfstak.
- Actieve vermindering van gezondheidsrisico's op het werk, het voorkomen dat werknemers arbeidsongeschikt worden en het reintegreren van medewerkers die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn geworden.
- Kwantitatieve doelstellingen op het niveau van iedere branche
- Afspraken overeengekomen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
- Het feit dat de overheid convenanten als formele arbo-instrumenten hanteert, net als de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) en het Periodiek ArbeidsGeneeskundig Onderzoek (PAGO).
- Gedeeltelijk financiering door de overheid (in de uitvoeringsfase medegefinancierd door het bedrijfsleven).
Op basis van gegevens van de Arbeidsinspectie en het Centraal Bureau voor de Statistiek via hun arbomonitor, heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een selectie gemaakt van bedrijfstakken en onderwerpen waarbinnen men het van belang vindt om tot arboconvenanten te komen.
Bij het koppelen van onderwerpen aan bedrijfstakken hanteert de overheid de volgende criteria:
- Voor een arboconvenant moeten in de bedrijfstak ten minste 40% van de werknemers aan een bepaald arbeidsrisico zijn blootgesteld.
- In de bedrijfstak werken tenminste 50.000 werknemers.
Voor de overheid is het van groot belang dat bepaalde onderwerpen (zogenaamde prioritaire onderwerpen) in de arboconvenanten worden opgenomen. Dit zijn:
- Tilwerkzaamheden
- Werkdruk
- Organisch psychosyndroom tengevolge van blootstelling aan oplosmiddelen
- RSI
- Lawaaiblootstelling (blootstelling aan geluid van meer dan 80 dB)
- Blootstelling aan allergenen (stoffen die een allergische reactie kunnen veroorzaken)
- Blootstelling aan schadelijke stoffen zoals kwarts, asbest etc.
- Psychische werkbelasting
De looptijd van de convenanten kan variëren. Echter voor alle convenanten geldt dat na afloop van de looptijd het convenant, de convenantspartijen de uitvoering en de werking van het convenant zullen evalueren. Voor de meeste convenanten vindt deze evaluatie plaats in 2004.
Bedrijfstakken konden voorheen zelf risico's aangeven waarover zij een convenant wensten af te sluiten. Echter vanaf 1 oktober 2001 worden door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geen zogenaamde 'zelfmelders' voor het sluiten van een arboconvenant meer geaccepteerd. Het ligt echter in de lijn van de verwachtingen dat er in de komende kabinetsperiode 'vervolgconvenanten' zullen worden afgesloten. Zeer waarschijnlijk zullen ook convenanten worden afgesloten voor branches en sectoren waarbinnen nu nog geen arboconvenant is afgesproken. Als voorbeeld kunnen worden genoemd de branche wegvervoer en sector burgerluchtvaart.