DienstverleningSociale wetgevingBeroepsziektenOver OHC

december 2003

Wet Verlenging Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte

Op 1 januari 2004 wordt de Wet Verlenging Loondoorbetaling bij ziekte van kracht. Dit betekent dat werknemers die op 1 januari 2004 of daarna ziek worden, onder deze nieuwe regeling gaan vallen. Hieronder vindt u de antwoorden op de meeste gestelde vragen.

Waarom deze nieuwe wet?

Sinds 1996 is de Wet Uitbreiding Loondoorbetaling Bij Ziekte (WULBZ) van kracht. De loondoorbetalingsverplichting voor werkgevers werd daarin vastgesteld op één jaar. In de praktijk blijkt echter dat de inspanningen om iemand weer te reïntegreren in het arbeidsproces in de laatste maanden van het eerste ziektejaar sterk teruglopen: zowel werkgever als werknemer wachten de WAO-keuring af. Bovendien neemt het UWV na het eerste ziektejaar de bevoegdheden van de werkgever over om sancties te treffen bij een onwillige medewerker. Het kabinet wil hierin evenwicht brengen: de periode van loondoorbetaling en ontslagbescherming worden aan elkaar gekoppeld en de loondoorbetalingsverplichting wordt dus uitgebreid naar twee jaar.

Wat wordt er in de Wet Verlenging Loondoorbetaling bij ziekte geregeld?

  1. De verplichte loondoorbetaling bij ziekte wordt 104 weken ofwel twee jaren. Dit is nu 52 weken.
  2. In het tweede ziektejaar mag maximaal 70% van het loon betaald worden. De garantie op minimumloon wordt beperkt tot het eerste ziektejaar.
  3. Ook in het tweede jaar blijft de Wet Verbetering Poortwachter volledig van kracht. Het indienen van het reïntegratieverslag bij het UWV wordt opgeschoven van negen naar 21 ziekteverzuimmaanden. Het UWV verwacht geen andere tussentijdse rapportages.
  4. De Ziektewet wordt verlengd naar 104 weken.
  5. De 13e-weeks ziekmelding aan het UWV wordt uitgebreid. De werkgever dient het UWV schriftelijk te bevestigen dat een Plan van Aanpak is opgesteld. De werkgever is bij ziektegevallen vanaf 1 januari altijd zelf verplicht de 13e weeks melding aan het UWV te sturen.
  6. De geschillenregeling wordt aangepast: zo krijgt de werkgever ook het recht om een Second Opinion (deskundigenoordeel) bij het UWV aan te vragen als een medewerker zijn reïntegratieverplichtingen niet nakomt.
  7. De reïntegratiesubsidie 2e spoor (herplaatsing bij een andere werkgever) en de subsidie voor training, scholing en begeleiding bij de eigen werkgever worden voor nieuwe ziektegevallen afgeschaft.
  8. Een reïntegratieverslag wordt ook verplicht (naast de verplichting bij einde wachttijd WAO = einde van het 2e ziektewetjaar) bij werknemers die ‘ziek uit dienst’ gaan (indien de werknemer langer dan 6 weken ziek was), in geval van een loonsanctie en na vrijwillig uitstel van de WAO-aanvraag.
  9. De periode voor herstelmelding aan het UWV wordt uitgebreid van 4 naar 28 kalenderdagen.
  10. De Pemba-periode wordt vier jaar (in plaats van vijf jaar nu). Dit geldt ook voor kleine werkgevers die nu zijn vrijgesteld van de Pemba-boete.
    11. Vrijwillig uitstel van de WAO-keuring kan voor onbeperkte duur worden toegekend.

Hoe worden de werkgevers geïnformeerd?

Op korte termijn ontvangen werkgevers informatie van hun arbodienst ten aanzien van de nieuwe wetgeving en de gevolgen voor de dienstverlening. Echter, de wijzigingen in het sociaal zekerheidsstelsel vragen vergaande interne beleidsaanpassingen op het terrein van verzuim en arbeidsongeschiktheid. Hierbij staat het verkrijgen van de regiefunctie voorop. OHC organiseert in-company voorlichtingsbijeenkomsten voor management/HRM professionals tegen aantrekkelijke tarieven. Wij maken hiervoor graag een afspraak.

nieuws help

Copyright © 2003-2011 Occupational Health Consultancy bv | contact | privacy statement | disclaimer