mei 2004
Verplichte aansluiting Arbodienst vervalt in 2004
De werkgever mag nog voor het einde van dit jaar zelf beslissen hoe de preventie en begeleiding van ziekteverzuim wordt geregeld. Deze kabinetsbeslissing biedt werkgevers beduidend meer keuzemogelijkheden van nieuwe aanbieders zonder ‘opgedrongen karakter’. OHC biedt als onafhankelijke netwerkorganisatie op dit moment al mogelijkheden om over te stappen naar een maatwerkregeling. Onze aanpak sluit uitstekend aan bij de vraaggestuurde deskundige bijstand voor werkgevers die kiezen voor een eigen organisatie van het arbo- en verzuimbeleid. Met als aantrekkelijke bijkomstigheid dat de kosten per werknemer, in vergelijking met een klassiek arbodienst contract, in de praktijk veel lager zullen liggen. De werkgever betaalt immers alleen als externe advisering door een professional echt noodzakelijk is en OHC kent bovendien geen overheadkosten.
Welke deskundigheid moet de werkgever minimaal inhuren?
De werkgever kan na de wetswijziging volstaan met het inhuren van slechts één van de vier kerndeskundigen (bedrijfsarts, arbeidshygiënist, veiligheidskundige, arbeids- en organisatiedeskundige). In de praktijk zal vaak de keuze voor het inhuren van een (zelfstandige) bedrijfsarts voor de hand liggen, voortkomend uit het Nationale beleid inzake ziekteverzuim. Verplichte bijstand bij de verzuimbegeleiding door de bedrijfsarts berust namelijk niet op een Europese richtlijn, maar vloeit voort uit de loondoorbetalingsverplichting bij ziekteverzuim en de verantwoordelijkheid van de werkgever voor reïntegratie. In de privaatrechtelijke verhouding is van belang dat een onafhankelijke, medisch deskundige adviseert over ziekteverzuim (ter bescherming van werkgever en werknemer). Dit voorkomt conflicten over de medische aard van het verzuim of vragen over belasting en belastbaarheid. Tenslotte beslist de werkgever in dit stelsel over loondoorbetaling. In de praktijk betekent dit dat tenminste contractueel moet zijn vastgelegd welke bedrijfsarts door zowel werkgever als werknemer kan worden geraadpleegd bij ziekteverzuim.
Waarom zou u nog wachten tot 1 januari?
De Staatssecretaris van Sociale Zaken staat onder grote druk om het wetsvoorstel op korte termijn bij de Kamer in te dienen omdat de Europese Commissie in een brief van 16 december 2003 gedreigd heeft met dwangsommen indien een spoedige herziening van de wet uitblijft. Als werkgever kunt u, op basis van dit wetsvoorstel en met instemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, nu al kiezen voor ‘opting out’. Door het inhuren van een zelfstandige bedrijfsarts en het opleiden van een interne (senior) casemanager voldoet u aan alle wettelijke verplichtingen. OHC werkt alleen met hoog gekwalificeerde, (BIG) geregistreerde bedrijfsartsen. OHC biedt verder uitgebreide opleidingsmogelijkheden voor werknemers die belast zullen worden met preventietaken en coördinatie van arbobeleid.
Wij adviseren u graag bij de keuze van een maatwerkregeling die het beste past bij uw organisatie. Bel ons voor meer informatie of het maken van een afspraak: 06 23234030.
Wat gaat er veranderen?
Wij hebben voor u de belangrijkste wijzigingen op een rij gezet:
- Werkgevers dienen in eerste instantie zelf voor voldoende deskundigheid te zorgen ter bescherming en preventie van beroepsrisico’s.
- Met instemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging kan het contract met de Arbodienst worden opgezegd indien gekozen wordt voor een interne oplossing of voor het inschakelen van een andere partij (de zgn. ‘maatwerkregeling’).
- Indien er geen overeenstemming is op ondernemingsniveau over de organisatie van het arbo- en verzuimbeleid, dan blijft de verplichting bestaan tot inschakeling van een gecertificeerde arbodienst (de zgn. ‘standaardregeling’).
- In beginsel krijgt de werkgever de verplichting een werknemer aan te wijzen voor de deskundige bijstand bij alle preventietaken en coördinatie van het arbobeleid.
- Door te kiezen voor een maatwerkregeling (‘opting out’) kan worden volstaan met de inschakeling van tenminste één van de vier kerndeskundigen (bedrijfsarts, arbeidshygiënist, veiligheidskundige, arbeids- en organisatiedeskundige).
- Deze kerndeskundige van het hoogste niveau kan ook worden ingezet voor het toetsen van de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) en kan tevens beoordelen of inschakeling van andere kerndeskundigen vereist is.
- Nationaal beleid inzake ziekteverzuim maakt tenminste de beschikbaarheid van een bedrijfsarts noodzakelijk, dit is ook een uitgangspunt voor publieke (poortwachter) en private verzekeraars.
- Zowel in de standaard- als in de maatwerkregeling blijft het mogelijk voor zowel werkgever als werknemer om op elk moment een bedrijfsarts te raadplegen (bijv. in het kader van een arbeidsgezondheidskundig spreekuur).
- Medische beoordelingen in het kader van Wet Verbetering Poortwachter bij dreigend langdurig verzuim blijven het domein van de bedrijfsarts.
- Groot verschil is dat de bedrijfsarts op grond van de maatwerkregeling ook in een ander verband dan de gecertificeerde arbodienst kan worden ingeschakeld.
- Dit betekent niet dat bij elk verzuimgeval verplicht een bedrijfsarts moet worden ingeschakeld. De maatwerkregeling maakt het mogelijk alleen die deskundigen in te zetten die daadwerkelijk toegevoegde waarde hebben voor het oplossen van het specifieke verzuimprobleem.
- Indien een onderneming een beroep doet op gecertificeerde arbodienstverlening (de werkgever kiest voor de standaardregeling) is dit in beginsel als een interne Arbodienst en alleen bij onvoldoende mogelijkheden als externe Arbodienst. De toetsingscriteria voor de mogelijkheden in een bedrijf zullen nog nader worden vastgesteld. Voor certificering als interne arbodienst is een samenwerkingsverband met minimaal één interne kerndeskundige (bijv. een bedrijfsarts) voldoende.
- Zowel grotere als kleinere werkgevers krijgen de mogelijkheid om te kiezen voor de standaardregeling of de maatwerkregeling.
- Het kabinet volgt de ontwikkelingen op de voet en kan zonodig aanvullende maatregelen treffen om de verdere liberalisering van de markt voor arbodienstverlening mogelijk te maken.
- De verplichting tot het doen toetsen van de RI&E door een gecertificeerde arbodienst komt te vervallen voor bedrijven met minder dan 10 werknemers indien gebruik wordt gemaakt van een op brancheniveau ontwikkeld instrument.
- Arbodiensten zullen bij werkgevers met maximaal 25 werknemers voor het toetsen van de RI&E geen bedrijfsbezoek afleggen en minder brede deskundigheid inzetten indien gebruik wordt gemaakt van een op brancheniveau ontwikkeld instrument.
- De eisen van onafhankelijkheid gelden ook voor alternatieve aanbieders van arbodienstverlening.
- In de RI&E dient aandacht te worden besteed aan de omvang en de aard van de deskundige bijstand die in het bedrijf noodzakelijk is ter uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid.