februari 2003
Groepen met verhoogde kans op WAO instroom
Vrouwen, ouderen, veelverdieners en mensen van Turkse of Marokkaanse afkomst lopen een groter risico om in de WAO te belanden. Ook kinderen dragen bij tot een verhoogde kans op arbeidsongeschiktheid. Dat blijkt uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Verder vragen werknemers in de schoonmaakbranche, sociale werkplaatsen, verpleeg- en bejaardenhuizen en uitzendkrachten vaker een WAO-uitkering aan.Volgens een recent gepubliceerd onderzoek van het CBS kwamen in het jaar 2000 97.000 mensen in de WAO terecht. Dat betekent dat gemiddeld vijftien van de duizend werknemers, verzekerd voor arbeidsongeschiktheid, een WAO-uitkering aanvroegen. Vrouwen lopen volgens het CBS duidelijk meer risico arbeidsongeschikt te raken dan hun mannelijke collega's.In 2000 vroegen twintig op de duizend vrouwelijke werknemers een WAO-uitkering aan tegen twaalf van de duizend mannen. Ook het hebben van kinderen maakt verschil. Alleenstaande ouders lopen een WAO-risico van 33 op de duizend. Partners met kinderen komen vaker op jongere leeftijd in de WAO terecht dan stellen zonder kinderen.Over het algemeen neemt de kans op arbeidsongeschiktheid sterk toe met het vorderen van de leeftijd. In de leeftijd van 15 tot 25 jaar kwamen vijf op de duizend in 2000 in de WAO terecht. Dit aantal loopt op naarmate de werknemers ouder worden, tot 26 op de duizend in de groep van 55-plussers.Personen met een dagloon van meer dan 125 euro zijn sterk oververtegenwoordigd in de WAO-instroom. Van de werknemers in deze hoogste inkomensgroep deden negentien op de duizend een beroep op de WAO in 2000. Het CBS wijst erop dat met de leeftijd doorgaans ook het loon van werknemers toeneemt. ''Zowel het loon als het risico op arbeidsongeschiktheid neemt dus met de leeftijd toe,'' aldus het CBS. Van elke duizend werkende allochtonen komen er veertien in de WAO terecht.