maart 2004
SER-advies
De grootste vakcentrale in Nederland, de FNV, is recentelijk in botsing gekomen met minister de Geus omdat het kabinet toch een eigen koers wil varen in de plannen voor de nieuwe WAO wetgeving. In de kabinetsplannen wordt op belangrijke punten afgeweken van het SER- advies. Werkgevers en werknemers zijn in het unanieme SER-advies overeengekomen dat de lonen in het tweede ziektejaar niet worden aangevuld. De vakcentrales stellen dat de afspraken omtrent deze loonaanvulling onlosmakelijk zijn verbonden aan het overnemen van het SER-advies.
Het kabinet wil een strengere WAO keuring dan in het SER-advies wordt aangegeven. Daarnaast wil het kabinet dat de huidige WAO-ers door aanpassing van het Schattingsbesluit per 1 juli aanstaande, een herkeuring ondergaan. De focus zal daarbij in eerste instantie liggen op het uitnodigen van kansrijke WAO-ers op het spreekuur bij de verzekeringsgeneeskundige van het UWV vanwege capaciteitsproblemen bij het uitkeringsinstituut. Anderen kunnen met een mogelijke herziening van het WAO uitkering worden geconfronteerd op basis van een arbeidsdeskundige herbeoordeling van het WAO dossier. In de komende periode neemt het kabinet een definitief standpunt in en is de nieuwe WAO wetgeving een feit.
De SER is tot de conclusie gekomen dat aanpassing van de huidige wetgeving inzake arbodienstverlening noodzakelijk is vanwege de uitspraak van het Europees Hof in mei 2003. Over het meest wenselijk geachte systeem van arbodienstverlening is het SER-advies niet unaniem. Een deel van de raad is van mening dat het aan werkgevers en werknemers is om op ondernemingsniveau afspraken te maken over het arbeidsomstandighedenbeleid en de wijze waarop de arbodienstverlening wordt georganiseerd. In dit model krijgen ondernemingen de mogelijkheid van alternatieve arbodienstverlening ten opzichte van de huidige verplichte aansluiting (zogenaamde opting out). Indien er binnen de onderneming geen afspraken worden gemaakt over opting out dan blijft in dit model de huidige wettelijke verplichte aansluiting bij een gecertificeerde arbodienst gelden. Een ander deel van de raad deelt het kabinetsvoorstel om deelcertificaten in te voeren. In dit voorstel krijgen werkgevers de vrijheid om de noodzakelijke diensten op het gebied van preventie, verzuimbegeleiding en reïntegratie bij meerdere aanbieders in te kopen of deze diensten integraal bij één aanbieder te blijven inkopen. Hierdoor wordt het ook mogelijk voor andere aanbieders op de markt van arbodienstverlening diensten aan te bieden.
De SER en het kabinet verschillen van visie op een aantal wezenlijke standpunten ten aanzien van het toekomstige WAO stelsel. Het gaat daarbij om een aantal onderwerpen:
- Momenteel zijn 786.000 mensen (gedeeltelijke) arbeidsongeschikt (uitgezonderd personen met een Wajong of een WAZ uitkering). Het kabinet acht zeer strenge keuringseisen noodzakelijk om de WAO-instroom sterk te verlagen. De SER is voorstander van een minder streng keuringsbeleid vanwege de huidige, structurele daling in de WAO instroom. Uiteraard spelen voor beide partijen de huidige recessie en de matige reïntegratiemogelijkheden voor arbeidsgehandicapten ook een rol
- Een strikte hantering van een zogenaamde Negatieve of Limitatieve lijst (met uitsluiting van aandoeningen zoals psychische klachten, RSI, vermoeidheidssyndroom etc.) tijdens de WAO keuring zal de WAO instroom drastisch verminderen. Verzekeringsgeneeskundigen willen echter in individuele gevallen kunnen afwijken van deze norm. Het kabinet wil dit alleen toestaan indien een afwijkende beslissing voldoende is onderbouwd.
- De WAO is een verzekering waarvan de polisvoorwaarden worden gewijzigd voor nieuwe WAO-ers. Het kabinet wil echter ook de polisvoorwaarden wijzigen van de huidige groep WAO-ers. De SER wil echter de huidige groep WAO-ers ongemoeid laten omdat in de visie van de SER de komende jaren het WAO bestand progressief zal afnemen wat de noodzaak voor extra maatregelen verminderd.
- Het kabinet is een voorstander van een belangrijke wijziging in de arbeidsdeskundige beoordeling. Een arbeidsdeskundige kan nu, voor het vaststellen van het verlies van de verdiencapaciteit, selecteren uit 7000 functies. Op dit moment moeten minimaal 3 functies worden geselecteerd waarvoor per regio minimaal dertig arbeidsplaatsen bestaan (theoretische schatting). Indien het noodzakelijke aantal theoretische arbeidsplaatsen wordt teruggebracht tot bijv. één arbeidsplaats per functie, dan heeft dit een sterke invloed op de mogelijkheid om een (theoretisch) inkomen te verwerven. Dit kan voor ca. 250.000 WAO-ers een verlaging of het verlies van de uitkering tot gevolg hebben.
- Indien er sprake is van een verlaging van de WAO uitkering, dan moet betrokkene werk zoeken of een WW uitkering aanvragen. De voorwaarden voor het recht op een WW-(vervolg)uitkering zijn echter ook aangepast.
- Het kabinet is voornemens om per 1 juli aanstaande een nieuw Schattingsbesluit in te voeren met strenge medische en arbeidskundige criteria die ook voor de herkeuringen gaan gelden. De SER wil echter minder strenge criteria hanteren. Tot september 2004 worden nog mensen gekeurd die één jaar ziek zijn geweest. In 2005 bestaat er geen WAO instroom vanwege verlenging van het eerste ziektejaar. Hierdoor heeft het UWV meer capaciteit om de herkeuringen uit te voeren