september 2004
Opting-out versus klassieke arbodienstverlening: wat kiest u als werkgever?
Per 1 januari 2005 gaat er veel veranderen in de wetgeving inzake arbodiensten. Op dit moment is de Nederlandse situatie niet in overeenstemming met de Europese regelgeving volgens het arrest van mei 2003 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap. De consequentie van deze uitspraak is dat in de toekomst geen arbodienst hoeft te worden ingeschakeld voor preventieve arbozorg. Op advies van de SER kunnen werkgevers zelf kiezen om óf een arbodienst, óf een andere dienstverlener in te schakelen voor zowel arbozorg als voor ziekteverzuimbegeleiding. Deze vrijlating van de vorm van dienstverlening, ook wel ‘opting out’ of zorg op maat’ genoemd, betekent dat andere spelers (zoals nieuwe aanbieder OHC) worden toegelaten tot de markt van arbodienstverlening. Deze ontwikkeling zal, mede door de jarenlange kritische geluiden over arbodiensten, ongetwijfeld ten koste gaan van het monopolie van de arbodienst. Door het verlies van de monopoliepositie als leverancier van fullservice arbodienstverlening, zullen arbodiensten in de toekomst moeten concurreren op het gebied van kwaliteit en prijsstelling. De totale arbomarkt (omzet ca. 1 miljard euro) is voor 85% in handen van acht grote en middelgrote landelijke arbodiensten.
Grote landelijke arbodiensten kennen echter een zeer hoge kostenstructuur waarbij kostenbeheersing vaak leidt tot standaardisatie van de dienstverlening. Dit terwijl de markt steeds meer om maatwerk vraagt.
Staat het inhuren van een gecertificeerde dienstverlener gelijk aan garantie voor kwaliteit?
Dit is helaas niet vanzelfsprekend. Gecertificeerde arbodiensten voldoen aan de eisen die zijn gesteld door de Stichting Beheer Certificatie Arbodiensten (SBCA). De certificering wordt uitgevoerd door zes Certificerende Instellingen (CI’s). De certificeringseisen staan vermeld in de Richtlijn Arbodiensten. Er wordt onderscheid gemaakt met betrekking tot de eisen die aan een externe en een interne arbodienst worden gesteld. In totaal zijn er ongeveer 50 eisen. De certificering van arbodiensten heeft als basis het ISO 9000 kwaliteitsdenken. De certificering betreft echter alleen de verplichte producten uit de arbodienstverlening zoals aanstellingskeuringen, PAGO onderzoek, RI&E etc. Indien een werkgever behoefte heeft aan andere diensten dan de wettelijk verplichte dienstverlening, dan is de certificeringsgarantie dat de zorg aan bepaalde minimale kwaliteitseisen voldoet, niet van toepassing. In feite garandeert certificering alleen dat het aangesloten bedrijf het verplichte pakket aan arbozorg van de arbodienst kan afnemen. In de kwaliteitsnormen van ISO 9000 is klanttevredenheid over de dienstverlening niet van direct belang zolang het product maar aan de afgesproken kwaliteitseisen voldoet. Dit verklaart ook mede het aanbodgerichte karakter van de klassieke arbodienst terwijl de markt al enige tijd schreeuwt om een vraaggerichte aanpak.
De ‘in hoofdzaak’ bepaling en de focus op verzuimbegeleiding
De certificeringseisen zijn verder onderverdeeld in twee hoofdgroepen: namelijk de structuur van de arbodienst en het kwaliteitssysteem. Het laatste heeft ook betrekking op de hoofdtaken van de arbodienst die volgen uit artikel 18 van de Arbowet (de ‘in hoofdzaak’ bepaling) en de wijze waarop die worden uitgevoerd. Voor arbodiensten geldt daardoor de verplichting dat 70% van de omzet uit arbodienstverlening moet worden verkregen. Veel arbodiensten genereren inmiddels het grootste deel van de omzet (vaak 80% of meer) uit verzuimbegeleiding. Het hoge uurtarief van de bedrijfsarts reflecteert niet zozeer de toegevoegde waarde maar compenseert noodgedwongen voor minder succesvolle commerciële activiteiten en de daaruit volgende disproportionele overheadkosten. Het krimpende landelijke verzuimcijfer en de trend dat bedrijven zelf actiever worden om arbeidsomstandigheden en ziekteverzuim aan te pakken, is op termijn ook van directe invloed op de omzet. Het is nog onduidelijk hoe de onvermijdelijke interne kostensanering van de grote landelijke arbodiensten zal uitpakken voor de steeds kritischer wordende en prijsbewuste klanten. Op dit moment zijn er 91 interne en externe arbodiensten die als zodanig zijn gecertificeerd.
Opting out
Kwaliteit van de arbodienstverlening wordt dus niet zonder meer gewaarborgd door de certificeringseisen. Per 1 januari 2005 kunt u als werkgever, met instemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, kiezen om een arbodienst of een andere aanbieder (zoals OHC) in te schakelen voor arbozorg en ziekteverzuimbegeleiding. Deze vorm van vrijlaten van de dienstverlening wordt ‘opting out’ of ‘maatwerk oplossing’ genoemd. Opting out geeft werkgever en werknemer beduidend meer vrijheid bij de invulling van de verplichte activiteiten van de preventieve arbozorg. Kwaliteitseisen worden daardoor veel meer een zaak van werkgevers en werknemers. Indien opting out niet mogelijk is, blijft men echter verplicht een gecertificeerde arbodienst in te schakelen.
Uw arbocontract loopt eind van dit jaar af?
De grote landelijke arbodiensten geven niet altijd ruchtbaarheid aan de op handen zijnde wetswijzing. De status van deze wetswijziging kunt u natuurlijk ook zelf volgen op de wetgevingskalender van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (onderwerp Arbeidsomstandigheden). Door de huidige ontwikkelingen dreigen met name grote arbodiensten in de problemen te komen. U bent als klant waarschijnlijk nog niet gewezen op de mogelijkheid een contract af te sluiten met andere aanbieders of zelfstandige bedrijfsartsen. Daarom informeren wij u over onze status als nieuwe aanbieder. OHC is een gespecialiseerde netwerkorganisatie die in principe alle kerntaken van de gecertificeerde arbodienst kan aanbieden. Waarbij de wensen van de opdrachtgever het uitgangspunt vormen. Vanuit onze heldere visie stimuleren wij bedrijven om arbozorg zelf te regelen met ondersteuning van onze professionals. Als adviseur en door onze resultaatgerichte aanpak wordt uw arbozorg daardoor integraal onderdeel van het personeelsbeleid. Daarbij is ons opleidingsprogramma voor casemanagers en leidinggevenden gericht op het optimaliseren van het interne kennisniveau.
Betekenen lagere verzuimcijfers ook minder kosten voor de werkgever?
Het gemiddelde bedrag dat bedrijven uitgeven aan arbodienstverlening komt op 140 euro per werknemer per jaar. Het landelijke verzuimcijfer kent op dit moment een historisch laag niveau. De vraag is of de werkgever deze ontwikkeling terugvindt in lagere tarieven en kosten. Wij verwachten echter eerder hogere tarieven (of een toegenomen oproepfrequentie door de bedrijfsarts) om de omzetderving door de verminderde behoefte aan verzuimbegeleiding te compenseren.
OHC kent geen overheadkosten en kan daardoor voordelige tarieven bieden. In principe betaald u alleen voor de daadwerkelijk afgenomen dienstverlening en tijdsinvestering van de professional. OHC hanteert een concurrerend all-in uurtarief voor de bedrijfsarts waarbij u bijvoorbeeld niets extra betaald voor het opstellen van een probleemanalyse. OHC biedt ook een voordelig MKB jaarabonnement.
U bent nog niet overtuigd van uw regiebehoefte of u twijfelt nog bij uw keuze voor klassieke arbodienstverlening of ons alternatief? Bel ons voor een afspraak: 06 23234030.
Onze tip: wellicht is onze informatieve workshop ook iets voor u: “Sociale Zekerheid Actueel”. Op onze website vindt u alle details.