februari 2005
Opschudmoment voor werkgever en werknemer na 1 jaar verzuim
Aan het eind van het eerste ziektejaar moet er een moment worden vastgelegd waarop werkgever en werknemer de voortgang van de reïntegratie evalueren en eventueel het plan van aanpak bijstellen. De introductie van dit zogenoemde "opschudmoment" vloeit voort uit een wijziging in de regeling procesgang Poortwachter, die op 4 november 2004 in de Staatscourant is gepubliceerd.
De introductie van deze evaluatie tussen de 46ste en 52ste week houdt verband met het verlengen van de loondoorbetalingsverplichting van één naar twee jaar (WVLBZ). De evaluatie dient schriftelijk te worden vastgelegd als onderdeel uit van het reïntegratiedossier en wordt door het UWV mede beoordeeld bij de toetsing van de reïntegratie-inspanningen. Het "opschudmoment" komt in de plaats van het aanvankelijke voornemen om na het eerste jaar een tussentijds toetsmoment door de UWV te laten plaatsvinden. De WAO keuring vindt bij diegenen die ziek zijn geworden na 1 januari 2004 pas plaats in de 93e week na de eerste ziektedag.
Hieronder volgen een aantal voorbeelden die aangeven in welke gevallen werkgever en werknemer - eventueel na advies van derden - zich moeten afvragen of ze nog op de juiste spoor zitten:de mate waarin tijdens het eerste ziektejaar wordt gewerkt vertoont geen progressie en blijft achter bij het oorspronkelijke gestelde doel; er is geen plan van aanpak of er is een plan van aanpak zonder helder reïntegratiedoel omdat nog niet duidelijk is in welke mate de betrokkene (medisch) te belasten is;
- de mate waarin wordt gewerkt of het soort werk dat wordt verricht, wisselt sterk;
- er treedt stagnatie op in medische behandeling of herstel;
- een uitgebracht deskundigenoordeel heeft niet geleid tot overeenstemming over (een bijstelling van) een plan van aanpak;
- periodes van werken worden in het eerste ziektejaar afgewisseld met periodes van uitval;
- er wordt langer dan zes weken gewerkt in arbeid zonder of met heel beperkte loonwaarde (in de praktijk vaak "werken op arbeidstherapeutische basis" genoemd);
- er wordt gewerkt in arbeid onder het voor de werknemer mogelijke niveau (opvularbeid), in afwachting van hervatting in eigen arbeid, terwijl geen reëel vooruitzicht op hervatting bestaat;
- de werknemer werkt op een lager niveau dan wel op minder uren dan mogelijk is en er bestaat geen reëel vooruitzicht op een functie bij de eigen werkgever die beter overeenstemt met de belastbaarheid.
Werkgever en werknemer maken bij de evaluatie afspraken over doel en aanpak in de vervolgperiode. De situatie kan aanleiding zijn tot het maken van nieuwe afspraken over de toekomstige aanpak. Het ligt voor de hand om de frequentie van zowel de reguliere evaluatie als de consultering van de bedrijfsarts af te stemmen op de inhoud van de afspraken. Er is bijvoorbeeld aanleiding om een lagere frequentie aan te houden als de reïntegratie op koers ligt en ervan uitgegaan kan worden dat het doel gehaald zal worden.
Bij een goed reïntegratieresultaat zullen werkgever en werknemer de poortwachtertoets bij einde wachttijd WAO met goed gevolg doorstaan. Indien echter sprake is van een onbevredigend reïntegratieresultaat en uit het reïntegratieverslag blijkt dat de reïntegratie is gestagneerd of één van de hierboven beschreven situaties zich heeft voorgedaan, terwijl werkgever en werknemer zonder deugdelijke grond hebben nagelaten om nadere initiatieven te ontplooien, dan zal het UWV dit in zijn beoordeling betrekken. Komt het UWV, mede op basis van de inhoud van de eerstejaarsevaluatie, tot de conclusie dat de reïntegratie-inspanningen onvoldoende zijn geweest, dan wordt de periode waarover de werkgever het loon moet doorbetalen met nog eens maximaal één jaar verlengd. De evaluatie is dus niet vrijblijvend!
De wijziging is ingegaan op 30 december 2004 en heeft betrekking op alle ziekmeldingen (gevolgd door langdurig verzuim) na half februari 2004.
Voor de evaluatie (na bijna een jaar ziekteverzuim is dit het zogenaamde opschudmoment), is een deskundig advies door een ervaren, onafhankelijke bedrijfsarts en/of arbeidsdeskundige van OHC zonder meer zinvol te noemen. Bij de beoordeling van het reïntegratieverslag, dat een tijdsinvestering vergt van een à twee uur (bij voorkeur op de locatie van de werkgever), worden de initiële probleemanalyse, het plan van aanpak, bijstellingen, werkhervattingsresultaten en verwachtingen ten aanzien van reïntegratie getoetst aan de criteria van het UWV.
Informeer naar onze concurrerende tarieven: info@ohcbv.nl of bel ons: 06 23234030.