januari 2004
Nieuwe stelsel van arbeidsongeschiktheidsregelingen
Het kabinet Balkenende II is voornemens om per 1 januari 2006 een nieuw stelsel van arbeidsongeschiktheidsregelingen in te voeren.
Het nieuwe stelsel ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:
- De wettelijke verplichte loondoorbetaling voor werkgevers bij ziekte wordt naar 2 jaar uitgebreid vanaf 1 januari 2004.
- Na twee jaar ziekte wordt door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) beoordeeld of de werkgever en werknemer voldoende reïntegratie-inspanningen hebben verricht (de zgn. poortwachterstoets). Indien de werkgever nalatig is geweest bij het reïntegreren van een werknemer, dan wordt de loondoorbetalingsplicht verlengd tot maximaal 1 jaar.
- Na de poortwachterstoets beoordeelt het UWV of de betrokken werknemer arbeidsongeschikt is. Dit gebeurt op basis van nieuwe arbeidsongeschiktheidscriteria (aanpassing Schattingsbesluit per 1 juli 2004). Daarbij kunnen zich de volgende 4 situaties voordoen:
- De werknemer is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. In dat geval kan de betrokkene aanspraak maken op een uitkering krachtens de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Deze regeling vervangt de huidige WAO uitkering. De betrokkene kan in beginsel tot de leeftijd van 65 jaar aanspraak behouden op deze uitkering. De IVA wordt door het UWV uitgevoerd en treedt op 1 januari 2006 in werking. Deze wettelijke uitkering wordt met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2006 verhoogd met 5% indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
- De instroom in de IVA blijft beperkt tot 25.000 werknemers op 12-maand basis
- Vanuit CAO-partijen wordt afgezien van aanvullingen op de loondoorbetaling van 70% in het tweede ziektejaar
- De werknemer is ten minste 35% arbeidsongeschikt, maar niet 'volledig en duurzaam'. In dat geval kan betrokkene aanspraak maken op een uitkering krachtens de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Ook deze regeling treedt op 1 januari 2006 in werking. De werknemer heeft - wat betreft inkomen - de volgende aanspraken op grond van de WGA:
- De werknemer heeft in eerste instantie recht op een loongerelateerde uitkering, waarvan de hoogte afhangt van het feit of de gedeeltelijk arbeidsgeschikte zijn resterende verdiencapaciteit benut. (Voldoende) werken wordt dus lonend. De duur van de uitkering is -conform de WW - afhankelijk van het arbeidsverleden en varieert van 6 maanden tot vijf jaar.
- Daarna heeft de gedeeltelijk arbeidsgeschikte bij niet of onvoldoende werken recht op een WGA-vervolguitkering, of bij voldoende werken op een loonaanvulling. De WGA-vervolguitkering valt in de praktijk lager uit dan de loonaanvulling.
- De gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer met een loongerelateerde uitkering, WGA-vervolguitkering of loonaanvulling kan daarnaast aanspraak aanspraak maken op een aanvulling tot het voor hem geldende sociale minimum, indien zijn (gezins)inkomen lager is dan dat minimum.
- De loongerelateerde uitkering, de WGA-vervolguitkering en de loonaanvulling worden de eerste vijf jaar door een private verzekeraar gefinancierd. Deze periode start vanaf de eerste dag dat de gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer aanspraak heeft op een uitkering ingevolge de WGA. Ook de kosten van reïntegratie komen de eerste vijf jaar voor rekening van de private verzekeraars. Nadat de periode van vijf jaar is verstreken, wordt de financiering van de WGA-vervolguitkering en de loonaanvulling door het UWV overgenomen. De aanvulling tot het sociale minimum wordt, indien van toepassing, vanaf de eerste dag gefinancierd door het UWV.
- De werknemer is minder dan 35% arbeidsongeschikt. In dit geval ligt de verantwoordelijkheid voor het benutten van de arbeidscapaciteit op het niveau van de organisatie. Het uitgangspunt daarbij is dat de werknemer zoveel mogelijk behouden dient te worden voor het arbeidsproces, hetzij in het eigen bedrijf, hetzij bij een andere werkgever. De werknemer ontvangt geen uitkering en in het uiterste geval kan de werkgever een ontslagvergunning aanvragen bij het CWI.
- De werknemer is in de eerste twee ziektejaren (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt, maar er wordt door het UWV geen beperkingen vastgesteld. Er is geen sprake van arbeidsongeschiktheid volgens de arbeidsongeschiktheidscriteria van het UWV en de werknemer ontvangt geen uitkering. Indien volledige werkhervatting uitblijft, vervalt mogelijk de loondoorbetalingsverplichting voor de werkgever.
U vindt de nieuwe wetgeving ook complex en u vraagt zich als werkgever af wat dit betekent voor uw eigen organisatie? OHC organiseert in-company bijeenkomsten om werkgevers 'bij te praten'. Wij garanderen een nuttige tijdsbesteding. Bel ons voor een afspraak.