oktober 2003
Minister De Geus: de nieuwe WAO is gericht op werk!
Terugblik in de geschiedenis: invoering van de WAO in 1967
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) trad op 1 juli 1967 in werking. De WAO verving de Ongevallenwet uit 1921 en de Invaliditeitswet uit 1913. De Ongevallenwet dekte uitsluitend het risque professionel (bedrijfsongevallen en beroepsziekten), terwijl de Invaliditeitswet voorzag in uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid die buiten het werk was ontstaan (het zogenaamde ‘risque sociale’). In de WAO werd dat principe losgelaten, de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid deed er niet langer toe, alleen het feit dat men arbeidsongeschikt was en de daaruit voortvloeiende verminderde restverdiencapaciteit.
Met deze wetgeving heeft Nederland zich een unieke positie verworven binnen Europa.
In de meeste andere Westerse landen maakt men wel een onderscheid bij het toekennen van een uitkering tussen beroepsziekten en bedrijfsongevallen en niet-werkgerelateerde aandoeningen. In de laatstgenoemde gevallen leidt dat vaak tot een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Met een gemiddelde WAO-instroom van 60.000 per jaar en het torenhoge totale WAO volume is een ingrijpende wijziging van het verzekeringsstelsel voor arbeidsongeschiktheid onontkoombaar. Uiteindelijk moet worden voorkomen dat mensen ziek of arbeidsongeschikt worden. Veiligheid en gezondheid van werknemers op het werk moet de komende jaren meer aandacht krijgen, bijvoorbeeld door middel van arboconvenanten. Arboconvenanten worden afgesloten tussen werkgevers, werknemers en overheid en hebben tot doel het ziekteverzuim en de WAO-instroom terug te brengen.
Het wordt in toenemende mate belangrijk, als werknemers ondanks alle preventieve maatregelen toch ziek worden, als werkgever vroeg in de ziekteperiode in te grijpen. Het Triage Model van OHC biedt hiervoor de juiste oplossing. Graag informeren wij u over de mogelijkheden binnen uw bedrijf.
Ingrijpende herziening WAO nodig
Minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, heeft in een brief de Tweede Kamer geïnformeerd over het nieuwe stelsel voor arbeidsongeschiktheid. Het gaat hierbij om de hoofdlijnen van het nieuwe arbeidsongeschiktheidsstelsel dat op 1 januari 2006 moet ingaan. De basis voor dit nieuwe stelsel is al gelegd door de Commissie-Buurmeijer die adviseerde om de WAO alleen in stand te houden voor mensen die tenminste voor 75% arbeidsongeschikt zijn. Het kabinet heeft in deze lijn als doelstelling geformuleerd dat het nieuwe stelsel van sociale zekerheden er mede voor moet zorgen dat werknemers ondanks gezondheidsproblemen toch zo veel mogelijk aan de slag gaan of blijven. Hoewel momenteel als gevolg van de economische recessie het ziekteverzuim en de WAO-instroom dalen, is deze stelselherziening hard nodig. Vergrijzing van de beroepsbevolking en de cultuur dat (deels) arbeidsongeschikten te gemakkelijk terugvallen op een financieel vangnetsysteem vergroot het arbeidsongeschiktheidsrisico. Zij blijven vervolgens, vaak buiten hun schuld, ‘gevangen’ in hun uitkering omdat de WAO sterk stigmatiserend werkt. Slechts een klein percentage arbeidsgehandicapten weet succesvol op de arbeidsmarkt te reïntegreren. Volgens de eerste schattingen zal het aantal WAO'ers onder het nieuwe stelsel uitkomen op zo'n 675.000 mensen. Dit is ruim 300.000 (!) minder dan de huidige 975.000 WAO-ers. Een belangrijke instroombeperking volgt uit het feit dat de medische keuring straks plaatsvindt aan de hand van een lijst met ziekten en aandoeningen die nooit tot een volledige afkeuring kunnen lijden. Op deze ‘negatieve lijst’ vindt men ook de niet-objectiveerbare aandoeningen zoals het chronische vermoeidheidsyndroom (ME), fibromyalgie, RSI, whiplash en bekkeninstabiliteit etc. Bij deze moeilijk objectiveerbare aandoeningen is uitzicht op herstel te verwachten binnen twee jaar, maar in ieder geval binnen 5 jaar.
De stelselwijziging leidt tot een structurele besparing op de WAO uitkeringen van ruim twee miljard euro. Het voorstel van de SER om de uitkeringen te verhogen en de Wet Pemba af te schaffen, wordt door het kabinet in overweging genomen wanneer blijkt dat de instroom in de nieuwe WAO-regeling voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid zich stabiliseert op een niveau van ten hoogste 25.000 mensen per jaar.
Wat gaat er veranderen?
Het nieuwe stelsel voor arbeidsongeschiktheid richt zich op werk. Arbeidsgeschiktheid staat centraal in plaats van de mate van arbeidsongeschiktheid. Alleen mensen die volledig arbeidsongeschikt zijn en daarom geen enkel uitzicht hebben op werkhervatting krijgen het recht op een uitkering, dit op grond van een nieuwe regeling voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Zij die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn krijgen te maken met een regeling gericht op werkhervatting, waarin de uitkeringsgerechtigde er financieel op vooruit gaat als hij of zij (meer) werkt. Dit systeem is veel rechtvaardiger, omdat in het huidige systeem het WAO- percentage voor een belangrijk deel wordt bepaald door de hoogte van het inkomen. Hierdoor krijgen werknemers met een hoog inkomen relatief vaak een hogere WAO-klasse. Dit blijkt een onvoldoende stimulans om zich maximaal in te spannen om weer aan het arbeidsproces te kunnen deelnemen. Daarnaast is de onderwaardering voor het ouderschap mede verantwoordelijk voor de extreme instroom in de WAO van jonge, vaak hoogopgeleide vrouwen (moeders). De combinatie van werken en zorgtaken wordt door Nederlandse bedrijfsartsen en verzekeringsartsen vaak gezien als een legitieme reden voor ziekteverzuim. Deze artsen dragen hierdoor bij aan een typisch Nederlands fenomeen, de zogenaamde “hypotheek-WAO’ers”. Vrouwen (en in mindere mate ook mannen) die de combinatie van privé (met name de zorgtaken voor meerdere kinderen) en werken eigenlijk niet meer aankunnen, maar vanwege de hypotheeklast niet minder kunnen gaan werken. Met als gevolg dat de werkgever in eerste instantie, maar later de collectiviteit de rekening gepresenteerd krijgt.
Zoals in de inleiding al genoemd kennen alle EU-landen een wettelijke verzekering voor beroepsrisico’s, in Nederland zijn werknemers echter aangewezen in geval van schadevergoeding op de civiele rechtspraktijk. In Nederland krijgt nu ook een verplicht private verzekering voor het risque professionel, waarbij voor werknemers die (deels) arbeidsongeschikt raken als gevolg van een arbeidsongeval of beroepsziekte een Extra Garantieregeling voor Beroepsrisico's komt. De verzekering dekt de schade die de werknemer lijdt, de noodzakelijke medische kosten en er wordt een vergoeding uitgekeerd bij overlijden.
De eerste twee jaren van verzuim
Werkgevers gaan vanaf 1 januari 2004 niet één jaar, maar twee jaar het loon doorbetalen van zieke werknemers. Dit moet werkgevers stimuleren om extra hun best te doen om werknemers te reintregeren in het arbeidsproces. Het kabinet vindt het cruciaal dat aanvullingen op het loon boven de wettelijke 70% van het basissalaris moeten komen te vervallen. Dit moet werknemers stimuleren om snel weer aan het werk te gaan. Alleen zieke werknemers, die in het tweede ziektejaar 70 procent betaald krijgen, komen na afloop eventueel in aanmerking voor een WAO uitkering.
Het UWV beoordeelt na twee ziektejaren of werkgever en werknemer zich voldoende hebben ingespannen. Zo niet dan wordt de periode van loondoorbetaling verlengd. Als de werknemer zich niet houdt aan zijn verplichtingen, kan de loondoorbetaling worden stopgezet of kan hij, in het uiterste geval, na twee jaar worden ontslagen. De eerste instroom in de nieuwe WAO regelingen vindt plaats vanaf 1 januari 2006.
De keuring
Een keuring volgt indien de inspanningen tijdens de ziekteperiode niet hebben geleid tot volledige werkhervatting. Hierbij staat voor het UWV de vraag centraal of er nog sprake is van functionele restcapaciteit(dus wat iemand nog kan). Alleen bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid bestaat er recht op een uitkering op grond van de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten. De hoogte en duur van de uitkering wijzigen niet ten opzichte van het huidige WAO-regime. Naar verwachting komen vanaf 1 januari 2006 jaarlijks hooguit 20.000 tot 25.000 mensen hiervoor in aanmerking (dat is in de praktijk maximaal 35% van de huidige WAO-instroom).
De keuring voor het recht op een uitkering zal op een andere leest zijn geschoeid. Er komt een lijst van aandoeningen (de zgn. ‘negatieve lijst’) die binnen twee jaar na aanvang van de ziekte te genezen zijn of een ziekte waarmee iemand nog wel kan werken. Als iemand ziek is door een aandoening die voorkomt op deze lijst, dan is er in beginsel geen recht op een uitkering voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Per 1 juli 2004 worden de regels voor de arbeidskundige keuring, het zogeheten 'Schattingsbesluit' aangescherpt. De arbeidskundige moet nog steeds drie functies aangeven die iemand kan vervullen, maar hij kan volstaan met één beschikbare arbeidsplaats per passende functie te vinden, in plaats van tien zoals nu het geval is. Daarnaast zal iemand die in deeltijd werkte, ook worden gekeurd op geschiktheid voor voltijdbanen!
Deze maatregelen komen in de plaats van de herkeuringen volgens nieuwe criteria van arbeidsongeschikten tot 45 jaar, zoals afgesproken in het Hoofdlijnenakkoord.
Vanaf 1 juli 2004 krijgt het UWV, voor de herbeoordeling van bestaande gevallen, de ruimte zich te richten op diegenen die de meeste kans hebben om weer aan de slag te komen. Het kabinet trekt deze kabinetsperiode 100 miljoen euro extra uit voor de begeleiding van uitkeringsgerechtigden naar werk.
Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten
Er komt één regeling, de Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten, voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten waarin alle rechten en plichten worden vastgelegd. Deze geldt zowel voor werkenden als niet-werkenden. Of iemand gedeeltelijk arbeidsgeschikt is, wordt beoordeeld door het vaststellen van het loon dat iemand nog kan verdienen. Als het loonverlies minstens 35 procent bedraagt, is de betrokkene gedeeltelijk arbeidsgeschikt en kan hij in aanmerking komen voor de nieuwe werkhervattingsregeling. Deze heeft als uitgangspunt dat (meer) werken moet lonen.
Bij een loonverlies van minder dan 35 procent, blijft de werknemer in beginsel in dienst van de werkgever. Werkgever en werknemer moeten zich maximaal inspannen om de werknemer aan het werk te houden. Lukt dat niet dan bestaat eventueel recht op een WW- of een bijstandsuitkering.
Gedeeltelijk arbeidsgeschikten die werkloos zijn en voldoen aan de algemene WW-eisen hebben recht op WW. Daarna kunnen zij zo nodig een beroep doen op de IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers). Volgens deze regeling wordt het inkomen van de partner op de uitkering in mindering gebracht (de zgn. 'partnertoets'), maar blijft het eigen vermogen ongemoeid.
De gedeeltelijk arbeidsgeschikten die werken hebben recht op een loonaanvulling. Deze is 70 procent van het verschil tussen het laatstverdiende loon en het nieuwe loon. Hun inkomen is hierdoor altijd hoger dan de uitkering voor mensen die niet werken. Het kabinet is in gesprek met private verzekeraars en het UWV over de private dan wel publieke uitvoering van de regeling. Verwacht wordt dat het kabinet zal kiezen voor een private financiering, maar het besluit moet nog definitief genomen worden.
Regeling voor beroepsrisico's
In het nieuwe stelsel acht het kabinet een zogeheten Extra Garantieregeling Beroepsrisico's gewenst en noodzakelijk. Werkgevers worden verplicht om een private verzekering af te sluiten voor hun werknemers. Deze dekt de letselschade en het inkomensverlies door een arbeidsongeval of beroepsziekte en keert ingeval van overlijden een bedrag uit. De verwachting is dat iemand die door zijn werk volledig en duurzaam arbeidsongeschikt raakt, een uitkering gaat krijgen van maximaal 70% voor onbepaalde tijd. Voor gedeeltelijke wao’ers kan deze regeling mogelijk gunstiger zijn dan de eigenlijke wao-regeling. Een denkbare optie is beoordeling door een onafhankelijke instelling die door middel van keuringen misbruik van deze regelgeving moet gaan voorkomen. Het doel van deze regeling is het voorkomen van langdurige civiele procedures en het vermijden van het risico door het ontbreken van verhaalsmogelijkheden als een werkgever failliet gaat. Daarnaast is Nederland door een internationaal verdrag gebonden om een permanente dekking te bieden voor werknemers die door het beroepsrisico (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn geworden.
Overgangsrecht
Degenen die op 1 januari 2006 nog (‘oude’) rechten hebben op een WAO-uitkering, komen geleidelijk onder het nieuwe stelsel. In de periode van 2006 tot 2016 zullen alle WAO'ers in het nieuwe stelsel worden ondergebracht. Ze krijgen steeds vijf jaar de tijd om zich in te stellen op het nieuwe stelsel.
Het nieuwe stelsel van de sociale zekerheid, waarbij de werkgever de eerste twee jaar loonplichtig is, vraagt om een sterke regiefunctie van de werkgever (met aanvullend senior casemagement) en adequate advisering. Zo kunt u zich onbedoeld in de vingers snijden door in het tweede ziektejaar het salaris aan te vullen boven 70% van het basissalaris, omdat uw werknemer daarmee direct het recht op een WAO uitkering verspeelt. OHC heeft grote expertise op het gebied van de sociale wetgeving, bel ons voor een vrijblijvende oriëntatie!