De arbodienst in het huidige wettelijk kader
Op grond van de Arbowet uit 1998 zijn werkgevers verplicht zich bij het arbeidsomstandigheden- en verzuimbeleid te laten ondersteunen door een gecertificeerde arbodienst voor ten minste de volgende vijf taken:
- De risico-inventarisatie en evualatie (RI&E) en een bijbehorend Plan van Aanpak.
- De begeleiding van zieke werknemers.
- Het vrijwillig periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO).
- Het arbeidsomstandighedenspreekuur.
- Aanstellingskeuringen (indien dit noodzakelijk is voor het uitoefenen van een functie).
Arbodiensten kunnen functioneren als een (zelfstandig) onderdeel van de organisatie van de werkgever (de zgn. interne arbodienst) waarbij alleen de desbetreffende onderneming dienstverlening afneemt, of op de vrije markt opererende arbodiensten (externe diensten).
Arbodiensten moeten voldoen aan certificeringseisen inzake deskundigheid, organisatie, uitrusting en functioneren. Bij elke arbodienst wordt de aanwezigheid verlangd van alle vier de kerndisciplines op het hoogste niveau: de bedrijfsarts, de arbeidshygiënist, de veiligheidskundige en de arbeids- en organisatiedeskundige (A&O). Een certificaat kan alleen worden verkrijgen indien de arbodienst in staat is het gehele pakket aan ondersteunende diensten te leveren. De certificering wordt uitgevoerd door private certificerende instellingen, volgens het private certificeringssysteem van de Raad voor de Accreditatie. Deze instellingen zijn door de minister van SZW aangewezen. Een certificaat wordt toegewezen voor een periode van 4 jaar. Met initiële en herhalingsaudits worden in die vier jaar alle vestigingen van de arbodienst bezocht en getoetst.
Werkgevers die per week niet meer dan 40 uur betaalde arbeid laten verrichten moeten wel beschikken over een RI&E, maar zijn bij ministerieel besluit vrijgesteld van de verplichting om zich daarbij te laten bijstaan door een arbodienst.